Hoeveel
meer dan een weg omzoomd met bomen is een laan? Recht dient hij te zijn,
doelbewust, tussen de bomenrijen in het gefilterde licht een eigen wereld
vormend. Er worden verwachtingen gewekt omtrent een begin en een einde,
beloftes liggen op de vluchtpunten van de door regelmaat getrokken lijnen.
In de stad zou hij rust kunnen geven en de stratenplannen kunnen ordenen.
Worden de bomen misbruikt door façade te zijn, camouflage van de
hoekigheid?
We
kunnen het de bomen niet aanrekenen, vooralsnog doen die hun best, maar
hier en daar wil het de Mathenesserlaan niet lukken meer te zijn dan een
beschaduwde parkeergoot. Voor de knorrende beesten blijkt de schaduw van
de bladeren nog op te wegen tegen de hinderlijkke obstakels die de stammen
vormen. De laan bestaat uit fragmenten en aanzetten, te vaak doorsneden,
te veel verandering in ruimte en omgeving om een solitaire grandeur te verkrijgen.
In de oudere huizen is de statige bedoeling nog te zien, stuk voor stuk
ontworpen en met ambachtelijke handen opgemaakt. Bijna statig zijn soms
de bomen, maar niet oud en vol genoeg en ze hebben niet de ruimte. |
|
Je moet laat zijn, of is het vroeg?,
- de tijd dat de katten op een sukkeldrafje schuin de straten oversteken
-,
om je een Mathenesserlaan voor te kunnen stellen zonder druk verkeer. Sluit
maar af, breek het asfalt, voer de stenen weg en laat slechts zanderige
paden langs de trambaan lopen. Zouden in die stilte de twee flauwe bochten
niet veel meer de verbeelding tarten? En zouden de huizen niet dankbaar
zijn om weer op aarde te staan? En aan zijn einde zou de laan ontluiken
tot een horizon.
Het is aangenaam om 's zomers onder de takken door te fietsen en de beweeglijke
lichtspatten op het wegdek langs te zien trekken; of om in de schaduw van
een boom te wachten, even voor het stoplicht. Het genoegen is onvervangbaar
om in het najaar tijdens het rijden begeleid te worden door het ruisende
geknisper wanneer, voor de veegploeg uit, weer een hoop bladeren doorkruist
wordt. Maar wat een treurnis ook, om in de namiddag-grauwigheid rond het
oranje licht van een straatlantaarn, de laatste wanhopige bladeren te zien
hangen,
in de zachte regen.
Van iedere boom in de laan heb ik één blad verzameld en gekoesterd.
Ik heb ze aandacht en een eigen plaats geschonken. De oneerlijke onvolmaaktheid
van de laan heb ik teniet willen doen. |