| De bovenstaande Charm is
met succes toegepast voor het hebben van mooi weer tijdens mijn verblijf
in Schotland en Yorkshire.
Neem aarde in de rechterhand en werp die onder de rechtervoet,
terwijl je zegt:

I have it underfoot.
I have found it.
Behold! Earth avails against all kinds of creatures,
it avails against malice and evil jealousy
and against the mighty tongue of man.
Dat helpt bij van alles; bijvoorbeeld tegen kwaadsprekerij.
Wil je in het bijzonder zwermende bijen trouw doen zijn (uiteraard de
werksters), dan is er de volgende toevoeging:
Alight! victorious women, alight on earth!
never turn wild and fly to the woods!
Be just as mindful of my benefit
as is every man of his food and his fatherland.
(Scriftboc)
"Aarde"
(earth) is in deze remedie het werkzame bestanddeel, en waar het gaat
om een probleem dat zich exterieur bevindt in een hiërarchieke
relatie tot degeen die het betreft is er voor de remedie een specifieke
plaats gevonden waar hij het effectiefst zal werken, gezien de rechtlijnige
beeldspraak.
Een kenner van zulke remedies is tevens op de hoogte van de bijbehorende
astrologie, die een vaste relatie heeft tot de levensfase van de patient
in wiens lichaam één van de vier lichaamssappen, “humours”,
in onbalans is.
Met enig gezond verstand, inzicht in de menselijke natuur en ervaring
met (voedings-) stoffen is zo wel het één en ander te
bereiken.
Levenslustige dames doen er goed aan de linker schoen
van hun ega te voorzien van een notenblad; het is wat jammer dat heren
nooit vindingrijk genoeg zijn geweest om het uiterste te halen uit het,
aanbevolen, bewerken van zere tepels met notenolie. Erger nog, ze zijn
veelal blijven steken in de wat plattere woordgrappen die voortkomen
uit de wijsheid die leert dat de noten dienen te worden geploken op
St. Jansavond:
Nottenbeume moj sloan,
dan draagt ze better,
net as de wichter,
die mot ok op tied wat op den bast hebben.
(Achterhoek)
Nogal afhankelijk van het doel dat men nastreeft, is
er te juichen over de effectiviteit van dergelijke remedies. Het valt
niet mee om zin van onzin te scheiden, wanneer je niet meer kennis hebt
van leven en omstandigheden waaronder zulke “charms”,
bezweringen, wijsheden in de vorm van volksversjes om beter te kunnen
onthouden wat bij wat hoorde, ontstonden. Wie enige ervaring heeft met
zulke ezelsbruggetjes, die weet hoe makkelijk ze een eigen leven gaan
leiden, waarbij de oorspronkelijke kern geheel verduisterd wordt door
een geheel nieuwe betekenis.
Gezien de periode waarin tegenwoordig de griepprik wordt
toegedient aan de zwakkeren onder ons (schrijver dezes), valt er iets
te zeggen voor:
Koortsontsteking in de harfst,
Vast dat je dran starft.
Kumpti in de lentetied,
Raak je hem licht kwiet.
(Elspeet 1902)
Afgezien van het steeds minder voorkomen van daartoe
geschikte eikebomen, lijkt het vervolgens weinig effectief (of misschien
is dat juist de oorzaak van hun zo kwakkelende aanwezigheid?) ze af
te binden met een stroband (poetisch opwindender is zeker de ook toegestane
kouseband), om die arme eiken vervolgens op te zadelen met de effecten
van:
Olde marolde,
Ik hebbe de kolde,
Ik hebbe ze noe,
Ik geve ze oe,
Ik bind ze hier neer,
Ik krieg ze niet weer.
(Overijssel)
Wat precies de werking van eekschors (die van het looien
van leer) op de menselijke gesteldheid is heb ik niet meteen bij de
hand, maar bijvoorbeeld het kauwen van nieuwe takjes van witte wilgen
is een gegarandeerd middel tegen hoofpijn en koorts, de bestanddelen
zijn ook zeer wetenschappelijk verantwoord, en de effectieviteit van
de meest uiteenlopende volkse kruidenbitters (Zweedse kruiden tot boerenjongens
en -meisjes) zijn ontegenzeglijk aangenaam en in ieder geval licht kurerend.

De Pen Tsao Ching
kennen we als het vroegste geneeskruidenboek. Het vermeldde 365 planten
met eigenschappen en werkingen, van thee tot opium; daaronder de Ginkgo
boom.
De autodidact Hirase
onderzocht de vermeerderingswijze van deze boom en ontdekte daarbij
(9-9-1896) levendige sperma in de zaden van een vrouwelijke Ginkgoboom
in de tuin van de Universiteit van Tokio. Daarmee bewees hij dat de
Ginkgo een unieke schakel vormt tussen varens en coniferen.
De bladeren worden vermeld in de Shen Nung
Pen Tsao Ching (Han dynastie) als middel voor de bloedcirculatie
en de longen. Het originele werk is nooit gevonden.
Het interne gebruik van de bladeren is voor het eerst vermeld in de
Ben Cao Pin Hui Jing Yao (1505) door
Liu Wen-Tai.
De bladeren bevatten een aantal componenten die gunstig zijn voor o.a.
de bloedcirculatie.
De zaden worden genoemd in de Pen Tsao Kang
Mu door Li Shih-chen (1578).
Eind jaren 50 begon men in het Westen de medicinale
toepassing te bestuderen en nu gebruiken veel mensen in de USA, Canada
en andere landen het kruid en wordt het ook wel op recept voorgeschreven
in Europa.
Op 6 augustus 1945 werd een atoombom geworpen op Hiroshima.
De Ginkgo die ongeveer 1 km van de plaats van de bominslag naast een
tempel stond werd zwaar beschadigd, maar bleek daarna weer uit te lopen
zonder belangrijke deformaties (de tempel werd vernietigd). De boom
is nu beschermd en men heeft de trap van de nieuwe tempel eromheen gebouwd.
Het aanzien van de ginkgo in het oosten is wel te vergelijken
met het aanzien van de eik in noord west Europa.

Zoals men in China de wetenschapper Shen
Nung zozeer vergoddelijkte dat hij nu in de mythen thuishoort,
zo kregen de Hindus volledige formules voor de receptuur van geneesmiddelen
beschreven in de Ayuveda, geschreven
door hun wel zeer menselijke goden. De Arabische reizigers brachten
deze wetenschap naar Europa. Rond 1500 v. Chr. werd in Egypte op de
Ebers Papyrus, een rol van meer dan
zestig voet, een ruwe 1000 jaar medische praktijk vastgelegd. Dit manuscript
vermeldt meer dan 800 plantaardige medicijnen.
Pedanius Dioscorides,
medicus in de legers van Nero, beschrijft in 78 v. Chr. met de zo typerende
Griekse-Turkse autoriteit: De Materia Medica.
Dit wordt het medisch standaardwerk dat ook direkt na de uitvinding
van de boekdrukkunst, het is dan al weer 1450, in een forse oplage wordt
gedrukt.
De Europese kerk introduceert, tegenover de ziekte bestrijdende
medische wetenschap, de idee dat ziekte een straf van God is, die slechts
kan worden weggenomen door boetedoening en gebed. De orde der Benedictijnen
bewaart en praktiseert de dan omstreden kruidengeneeskunde.
De abdis Hildegard van Bingen
publiceerde haar “Medicine”
waarin aan alle kennis ook volkswijsheden, bijgeloof, mystiek en honderden
jaren praktijk van wijze vrouwen (die overigens als heksen werden vervolgd)
werden toegevoegd. Ze was slim genoeg om er de volgende zin aan toe
te voegen:
Deze kennis komt van God en zal de mens genezen,
wanneer hij niet dient te sterven;
soms ook kiest God voor het
voortwoekeren van de ziekte.
Het is overigens toch steeds weer grappig hoezeer de
kerk balanceren moet tussen geloof, wetenschap en bijgeloof. Zo vinden
we niemand minder dan St. Columba, ter nauwernood uitgestreden met de
beminnelijke Manannán, in een ontmoeting met een bange herdersjongen.
En ja hoor, natuurlijk raadt hij de eenzame knaap niet aan te bidden,
maar geeft hem St. Janskruid en klaar is Kees.
Ach, het is de tijd van
“The Nine Sacred Herbs of the God Woden:
…a worm came sneaking; then Woden took his sword and struck the
adder so that it flew into nine pieces.
But out of the worm sprang nine poisons. So Woden took his sword and
changed it into nine herbs. These herbs did the wise lord create and
sent them into the world for rich and poor, a remedy for all …”
Dame Trotule heeft,
naar het zich laat aanzien, veel bijgedragen aan het weten op het gebied
der gyneacologie, geschreven voor vrouwen door vrouwen:
“Because whomen of oure tonge donne bettyr
rede and undyrstande thys langage
than eny other, and euery whoman
her maledyes, withowtyn shewyng
here dysese to man, i have thys
drauyn and wryttyn in englysh.”
De Engelse koning Alfred werd in 950 door de edelman
Bald overtuigd om een nieuw geneeskruidenboek te laten schrijven. Dat
werd het “Leech Book”.
Dit werd een verzameling van de medische kennis van Celten, Anglo-Saksers,
Grieken, Romeinen en Arabieren. Overigens niet te beperken tot de kruidengeneeskunde,
maar wel degelijk uitstrekkende tot de chirurgie. Een wel heel bepalende
omstandigheid daarbij was de welhaast obsessieve bezigheid van King
Alfred met zijn eigen gezondheid, waarbij hij de kerk toch niet in alles
geloofde.
Met succes stuurt Alfred enkele recepten ook naar de patriarch van Jerusalem,
onder andere om iets te doen tegen constipatie en narigheid met z’n
lever.
Bij dat alles is er een moeizaam inzicht in de werking van het lichaam.
Veelal is de kennis daarvan beperkt tot een zeer beperkte kring.
Van 980 tot 1037 leeft en werkt Avicenna;
dat is de naam waaronder de latinisten een wetenschapper kennen die
doceerde en publiceerde over dingen waarover Europa meer dan zeshonderd
jaar moest nadenken om er tenminste de directe betekenis van te doorzien;
dat geldt meer nog voor Abn Ali Hosain Ibn
Abdallah Ibn Sina geboren in Kharmaithen, Bokhara en gestorven
in Hamadan, Noord Persië. Alleen al over zijn vaststelling:
“Het universele van onze ideeën is het
resultaat van de activiteit van ons eigen denken.”
wordt nu nog geredetwist. Onbetwist is ondertussen echter
wel dat hij de bloedsomloop reeds duidde voor Harvey, die de uiteindelijke
credits kreeg.
Toch, geheel afgezien daarvan, was het gebruik van diverse
methoden van bloedafnemen niet volstekt ‘middeleeuws’; er
is ook op geheel wetenschappelijke grond onder andere aan te tonen dat
bijvoorbeeld de daarvoor wel gebruikte bloedzuigers, teneinde hun werk
te kunnen doen, een stof produceren die een zeer heilzame werking heeft
bij bepaalde bloedvatverstoppingen die op andere wijze niet te verhelpen
zijn. Waar het dan verder aangetoond is dat er meerdere succesvolle
chirurgische ingrepen zijn gedaan, zoals de oogoperaties van Avicenna,
lijkt het verstandig ook de leech books in al hun onbegrijpelijkheid
eerst te bestuderen alvorens ze te verwerpen.
Een heel bijzondere omstandigheid is voor ons de vorm
waarin vaak geschreven werd. Het betreft een proza dat zeer beeldend
is en dan ook nog vaak wordt bijgestaan door nadrukkelijke poëzie
in een zeer nadrukkelijk metrum. Dat bevordert niet altijd de leesbaarheid,
maar wanneer we ons realiseren dat dit de meest geëigende methode
is om in brede kring iets te onthouden wanneer een kultuur verstoken
is van boeken in oplagen zoals wij die nu kennen, dan is de functie
daarvan ook verklaard. Vaak zijn ze zeker niet onduidelijker dan Homerus’
beschrijving van een bepaald schip, waarbij ik moest besluiten dat hij
zeer beslist geen scheepstimmerlieden in de familie had.
Geheel afgezien daarvan is er dan toch óók
het bijzondere poëtische genot dat er aan die teksten te beleven
is.

Metrical Charm 7: For the Water-Elf Disease

Gif mon bigh on wæterælfadle, thonne
beogh him tha handnæglas wonne and tha
eagan tearige and wile locian nigher.
Do him this to læcedome: eoforthrote, cassuc,
fone niothoweard, eowberge, elehtre, eolone,
merscmealwan crop, fenminte, dile, lilie,
attorlathe, polleie, marubie, docce, ellen,
felterre, wermod, streawbergean leaf,
consolde; ofgeot mid ealagh, do hæligwæter
to, sing this gealdor ofer thriwa:
Ic benne awrat betest beadowræda, swa
benne ne burnon, ne burston, ne fundian,
ne feologan, ne hoppettan, ne wund
waxsian, ne dolh diopian; ac him self
healde halewæge, ne ace the thon ma, the
eorthan on eare ace. Sing this manegum
sithum: Eorthe the onbere eallum hire mihtum
and mægenum. thas galdor mon mæg singan
on wunde.
(If anyone has the water-elf disease, then
his nails will be
wan and his eyes will water and he will wish to look down.
Give him this medicine: Carline thistle, hassock, the lower
part of iris, yewberry, lupine, elecampne, marshmallow head,
fen-mint, dill, lily, cock's-spur grass, with ale, add holy water
to it, then sing this charm three times:
I have bound the injuries with the best battle-bonds, So the injuries
neither burn nor burst, Nor spread, nor go septic, Nor itch;
nor the wounds grow, Nor the abcess inflame; but he holds his
health himself, Nor ache more than earth aches your ear.
Sing this many times:
Earth forbear you with all her might and main.
These charms can be sung on a wound.)
-With Dweorgh I (Against a Dwarf I)
Write this along the arms against a dwarf

and grind (or rub) celandine into ale (or all).
Saint Machutus.
Saint Victricus.
With Dweorgh II (Against a Dwarf II)
Against a dwarf, one shall take seven little wafers,
such as those one
offers with, and write these names on each wafer: Maximanus, Malchus,
Iohannes, Martinianus, Dionysius, Constatinus, Serafion. Then one
shall
sing the galdor written hereafter, first in the left ear, then in
the
right ear, then upon the top of the man's head, and then one who is
a
maiden shall go to him and hang it on his neck. Do so for three days
and soon he will be well.
Here come entering a spider wight
He had his hame in hand, he said you were his steed,
He lay his ropes on your neck; they began to travel off the land,
as soon as they came off the land they began to cool,
then came entering the beast's sister, then she ended it
and oaths she swore that never this must injure the sick
Nor those with the power to acquire this galdor,
nor those who knew how to sing this galdor.
Amen. Fiat.

Leechdoms/geneesmiddelen met betrekking
tot vergif:
Wanneer iemand een gif heeft doorgeslikt neem dan ‘Horehound’,
gebruik er veel van, samen met ‘Adderwort’;
vermeng dat en druk het samen tot er sap uit komt, giet daar drie maten
wijn op en geef dat de vergiftigde te drinken.
Tegen slangenbeten neme men ‘Waybroad’,
‘Agrimony’ en ‘Adderwort’;
dien dat gewreven in wijn als drank toe; en wrijf een zalf van dezelfde
kruiden, voeg daarbij verse ‘Agrimony’
en vorm met dit geheel een ring rond de open wond: het kwaad zal zich
niet verder verspreiden. Bind vervolgens het kruid over de wond.
Tegen adderspog neme men oorwas, en daarmee besmeerd
men de omgeving van de wond, en dan zegge men drie maal het gebed uit
de legendarische Assumptio sei Iohannis apostoli:
Deus meus et pater et filius et spiritus Sanctus.
Cui omnia subiecta sunt.
Cuji omnis creatuur deseruit et omnis
potestas subiecta est et metuit et expauescit et draco
fugit et filit uipera et rubeta illa que dicitur rana
quieta doorgespit et scorpius extinghuitur et seghulur
uincitur et spelaius
nihil noxium operatur et omnia uenenata et adhuc ferociora
repentia et animalia noxia te uerentur et omnes aduerse Saluti
humane radices arescunt.
Tu domine extinghue hoc uenenatum uirus extinghue
operationeel eius mortifeeas et uires quas In se habet evacué
et da In conspectu tuo omnibus quos tu creastj.
Oculist ut uideant auser ut audiant cor ut maghmitudinem
tuam Intelleghant.
Et cum hoc typiste totum semet jpsum signa crucis afmaait
et bibit totum quod eras In calice. Per signum Sancte crucis.
Et per te xpe ihu et deo summo patre uiuiS saluator mundi
In unitate spiritus Sancti per omnia Sæcula Sæculorum
amen.
Tegen bloedvergiftiging en venijnige zwellingen gebruikt
men de op vrijdag gekarnde boter, uit de melk van runderen of hindes,
van één kleur en onversneden; spreek er boven negen maal
een litanie en tien onze vaders uit, en zeg vervolgens negen maal de
volgende bezwering:
Acræ
Ærcræ
Ærnemæ
Nadre
Ærcuna hel
Ærnem
Nithærn
Ær
Asan
Buithine
Adcrice
Ærnem
Meodre
Ærnem
Æthern
Ærnem
Allu
Honor
Ucus
Idar
Adcert
Cunolari
Raticamo
Hæle
Tobært
Tera
Fueli
Cui
Robater
Plana
Uili
De werking hiervan zal zeker die zijn van de worksong,
waarvan toch ook iedere cynicus weet dat het wel is waar niet het werk
beïnvloed maar toch wel de gemoedstoestand van de werker.
Mij is bekend dat er Arabische ruiters zijn die met
enig succes delen uit de Koran citeren tijdens een race; het lijkt niet
onwaarschijnlijk dat dat hoe dan ook ritmisch gebeurd en dat doet toch
ook al weer denken aan de stuurman bij roeiers, die toch al licht (en
zeker effectiever) iets beters kan bedenken dan het denigrerend: hooi,
strooi.
En zouden er moeders bestaan die hun zieke kinderen
niet toezingen met heilswensen?
Julie D. Box publiceerde
in September 1999 de thesis ‘The Anglo-Saxon
Leech and Deseases of the Liver’ aan de Rijks Universiteit
te Leiden.
Zij concludeerde dat de rationele aspecten van de Leechdoms in de toekomst
verder onderzoek verdienen en dat ze onderschat werden. Vele behandelingen,
door bloedafname, dieet, met bladen en kruiden en ook door middel van
chirurgie, blijken op grond van haar onderzoek te berusten op kennis,
ervaring en traditie.
Veel informatie blijft verscholen achter de ontoegankelijkheid
van de taal en de vorm waarin ze tot ons komt. Toch klinkt er genoeg
door in Bede’s beschrijving
van de behandeling van Etheldrida door Cynefrid:
-But the fysica Cynefrid, who was present
at her death,
and when she was taken up out of the grave, was wont of more certain
knowledge to relate, that in her sickness she had a very great swelling
under her jaw.
“And I was ordered,” said he, “to lay open that swelling,
to let out the noxius matter in it,
which I did, and she seemed to be somewhat more easy for two days,
so that many thought she might recover from her distemper;
but the third day the former pains returning, she was soon snatched
out of the world”.- |